Asbest - Belgische wetgeving
1. Algemeen
1.1 Bescherming van de bevolking en de werknemers:
Het op de markt brengen van asbest en producten waaraan opzettelijk
asbestvezels zijn toegevoegd, is verboden.
De gebruikte materialen, machines, installaties en gebouwen die
asbest bevatten mogen verder gebruikt worden tot ze aan vervanging
toe zijn of moeten afgebroken worden. Het recycleren van dergelijke
asbestbevattende materialen door ze terug in de handel te brengen
is verboden (bv. Tweedehands asbestcementen golfplaten).
1.2 Bescherming specifiek van de werknemers:
De algemene bepalingen en principes van de Wet Welzijn, de Codex
Welzijn op het Werk en het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming
(A.R.A.B.), zijn aangevuld met een aantal specifieke bepalingen
voor het werken met asbest. Deze zijn voornamelijk vervat in het
artikel 148 decies 2.5 van het ARAB en in Titel V, Hoofdstuk II
(Kankerverwekkende en mutagene agentia) van de Codex. Het is de
strengste norm voor bescherming van de werknemers van beide wetgevingen
die gebruikt wordt.
1.3 Bescherming van het milieu:
Terwijl de wetgeving zoals hierboven vermeld een materie is waarvoor
de Federale Overheid verantwoordelijk is (Volksgezondheid, Economische
Zaken en Tewerkstelling en Arbeid), is afvalstoffen- en milieubeleid
een bevoegdheid van de gewesten. Het transport is dan weer gekoppeld
aan de nationale ADR-regelgeving.
De modaliteiten voor exploitatie- en milieuvergunningen e.d.
kunnen tussen de gewesten onderling verschillen. Voor Vlaanderen
hebben we bijvoorbeeld de VLAREM II bepalingen in verband met
het beheersen en storten van asbestafval. In Brussel is de situatie
iets moeilijker : aanvraag van een milieuvergunning voor asbestsaneringswerken,
strikt toezicht door de BIM (Brussels Instituut voor Milieubeheer),
afvoer van asbestafval voor verglazing, enz.
Voor info over asbest en milieu kan men een uitvoerig document
downloaden van de website van OVAM.
2. De asbestinventaris
(ARAB art. 148 decies 2.5.2 en MB van 22/12/1993)
Het welzijnsbeleid wordt gestuurd door het dynamisch risicobeheersysteem.
De asbestinventaris en het beheersprogramma past volledig in dit
kader voor wat de aanwezigheid van asbest betreft. Uiterlijk op
1/1/1995 moest elke werkgever beschikken over een inventaris van
alle asbest en asbesthoudende materialen in en in de nabijheid
van de werkplaatsen. Het MB van 22/12/1993 bepaalt de inhoud van
de inventaris.
De asbestinventaris wordt voor advies voorgelegd aan de preventieadviseur
veiligheid en arbeidsgeneeskunde en vervolgens aan het CPBW of
de vakbondsafvaardiging.
Indien asbest aanwezig is of vermoed wordt, dan dient een beheersprogramma
opgesteld te worden. Dit omvat :
a) Een regelmatige beoordeling door middel van visuele inspectie
van de toestand van het asbest of van het asbesthoudende materiaal.
Deze beoordeling gebeurt ten minste eenmaal per jaar.
b) De maatregelen die moeten genomen worden wanneer blijkt dat
het asbest of asbesthoudend materiaal in slechte toestand is of
wordt gebruikt op plaatsen waar het kan beschadigd worden (fixatie,
inkapseling of verwijdering, eventueel met vermelding van de termijn
waarin dit moet gebeuren).
c) De instructies voor de werkzaamheden waarbij asbestvezels
kunnen vrijkomen (afbraak, verbouwing, renovatie, onderhoud).
3. Werken met asbest
De risicobeoordeling voor asbest is voornamelijk gebaseerd op
de aard en de mate van blootstelling aan asbestvezels. In de wetgeving
wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën van asbestvezels:
- de metamorfe serpentijnen (S) : chrysotiel (witte asbest)
- de amfibolen (A) : als voornaamste amosiet (bruine asbest)
en crocidoliet (blauwe asbest).
Naargelang het blootstellingsniveau en de aard van de werkzaamheden,
moeten er specifieke acties ondernomen worden, naast de algemene.
4. Wie mag asbestverwijderingswerken doen?
Deze werken mogen enkel uitgevoerd worden door een onderneming
die hiervoor erkend is door de Federale Minister van Tewerkstelling
en Arbeid. Om een erkenning te bekomen moet die onderneming voldoen
aan een aantal administratieve en financiële voorwaarden.
Daar bovenop moet zij kunnen aantonen dat zij de technische bekwaamheid
bezit om deze werken uit te voeren, dat haar werknemers, die bij
de werken worden ingezet een opleiding hebben gehad van minimaal
32 uren, en zij moeten een vaste plaats hebben om haat materieel
tussen tijds op te slaan.
In het Ministerieel Erkenningsbesluit van elke firma wordt ook
bepaald dat zij enkel werknemers met een contract voor onbepaalde
duur bij deze werken mogen inschakelen.
Interimarbeid is eveneens uitgesloten bij asbestruiming
|